Restauratie Adam en Eva

Ontdek de resultaten van de restauratie van het paneel Adam en Eva. 

Restauratie Adam en Eva

Het schilderij Adam en Eva is een van de weinige bewaard gebleven werken van de piepjonge Rubens en getuigt van zijn vroege talent en artistieke zoektocht. Het paneel onderging recent een zorgvuldige restauratie. Met behulp van hoogwaardige conserveringstechnieken werkten specialisten van het KIK-IRPA aan het behoud van de verflaag, de kleuren, de kwaliteit en de integriteit van dit zeldzame kunstwerk. Lees hier meer over de belangrijkste resultaten

Peter Paul Rubens, Adam en Eva, 1598-1600, Collectie Stad Antwerpen, Rubenshuis, publiek domein

Restauratie in een notendop

Oppervlaktereiniging 

De verflaag werd voorzichtig gereinigd om vuil en storende aanslag te verwijderen. Hierdoor komen de kleuren en details opnieuw beter tot hun recht. 

 

Herstel van een barst in het paneel 

Een barst in het houten paneel – die ook doorliep in de verflaag – werd zorgvuldig verlijmd, opgevuld en geretoucheerd. Zo werd zowel de stabiliteit van het paneel als het visuele beeld hersteld. 

 

Nieuwe inlijsting in de bestaande lijst 

Voor een betere en veiligere presentatie werd een nieuwe inlijsting ontwikkeld binnen de bestaande lijst. Er werden zorgvuldig uitgezaagde latten in de lijst aangebracht die de kromming van het paneel volgen, waardoor het paneel optimaal wordt ondersteund. 

Daarnaast werd het paneel in de lijst bevestigd met flexibele veren. Deze laten kleine bewegingen van het hout toe en vangen spanningen op, waardoor nieuwe barsten in het paneel vermeden worden. 

  

Retouches aan de lijst 

Tot slot werden ontbrekende stukken en gaatjes in de lijst bijgewerkt, zodat het geheel opnieuw een verzorgd en harmonieus uitzicht heeft. 

Naar depot

Na de behandeling werd het werk veilig overgebracht naar het depot van Katoennatie, waar het onder optimale omstandigheden wordt bewaard tijdens de restauratie van de kunstenaarswoning. 

De restauratie van het paneel Adam en Eva werd mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het Fonds Baillet Latour.