Interview met John White, BAEF–Rubenianum Fellow

Met de BAEF-Rubenianum onderzoeksbeurs stimuleert het Rubenshuis een nieuwe generatie Amerikaanse onderzoekers om zich te verdiepen in kunsthistorisch onderzoek naar Vlaamse kunst. John White (Princeton University) is onze huidige Fellow. Hij werkt in onze bibliotheek aan zijn doctoraatsonderzoek Shaped by the Sea: Marine Materials in Art of the Early Modern Low Countries.

Interview met John White, BAEF–Rubenianum Fellow

Kan je je kort voorstellen?

Ik ben 33 jaar en doctoraatsstudent kunstgeschiedenis aan Princeton University in de VS. Voor ik naar Antwerpen kwam, woonde ik in Philadelphia.

 

Waarover gaat je onderzoeksproject?

Ik onderzoek objecten gesneden uit ivoor, vooral uit 17de-eeuwse Noord-Europese kunstcollecties. Kunstenaars bewerkten de slagtanden van een verscheidenheid aan dieren: niet alleen olifanten, maar ook walrussen en narwals, een soort walvis.

Ik bekijk welke materiaaleigenschappen elk type ivoor heeft, welke artistieke technieken werden toegepast, en welke rol deze objecten speelden in natuurhistorische debatten over exotische dieren, in boeken en prenten uit de 16de en 17de eeuw.

 

Vanwaar de interesse voor dit onderwerp?

Mijn interesse werd gewekt tijdens een bezoek in 2022 aan het Benaki Museum in Athene. Onderzoekster Anastasia Drandaki toonde me een ivoren medaillon dat jarenlang als olifantenivoor was gecatalogeerd, maar bij nader onderzoek walrusivoor bleek te zijn. Ik hoop met mijn onderzoek tot meer van dit soort rechtzettingen te komen, en zo de oorsprong en eigenschappen van bepaalde objecten beter te begrijpen.

 

Waarom bracht dit onderzoek je naar het Rubenshuis?

Het Rubenshuis wekte mijn interesse omdat Rubens zelf een aantal ivoren objecten bezat en ook goed bevriend was met verschillende ivoorsnijders. Bovendien speelde Antwerpen in zijn tijd een sleutelrol in de productie en verspreiding van natuurhistorische boeken en prenten. 

Ik ben hier sinds september 2025 en blijf nog tot augustus, met de waardevolle steun van het Rubenshuis en de Belgian American Educational Foundation.

 

Hoe belangrijk is dit onderzoeksverblijf in onze bibliotheek voor je academische carrière?

Dit onderzoeksjaar helpt me concreet om grote stappen te zetten in twee hoofdstukken van mijn doctoraat. Eén daarvan gaat over Rubens’ uitgesproken interesse in (olifanten)ivoor. Ik onderzoek in welke mate dit materiaal voor hem aantrekkelijk kon zijn geweest omwille van de verre afkomst in afstand én in tijd.

Want ivoor kwam niet alleen van ver via de Nederlandse overzeese koloniale exploitatie. Het werd ook vaak geassocieerd met het verre verleden en met antieke beschouwingen over olifanten als nobele, bijna menselijke dieren. Dat zien we bijvoorbeeld in Rubens’ De Romeinse triomf. Die diepere historische gelaagdheid kan ook een rol hebben gespeeld in de bijbelse scène van Adam en Eva.

Peter Paul Rubens, De Romeinse triomf, ca. 1630, National Gallery (Londen), publiek domein

Zijn er specifieke stukken in de collectie die je graag wou raadplegen of je zelfs al verrast hebben?

Ik keek er erg naar uit om hier een bijzonder ivoren Adam en Eva-beeld van Georg Petel te bestuderen. Petel was een goede vriend van Rubens die ook een tijd in Antwerpen verbleef. Tijdens mijn verblijf hier ben ik ook aangenaam verrast door hoeveel relevant onderzoeksmateriaal de Antwerpse collecties te bieden hebben. In het Rockoxhuis stuitte ik bijvoorbeeld geheel onverwacht op een schilderij uit 1694 van Alexander van Bredael met de jaarlijkse Ommegangprocessie, waarop in het midden een walvis staat. Dat sluit perfect aan bij mijn onderzoek naar walvisafbeeldingen, zoals die van de narwal met zijn ivoren slagtand.

Ik ben ook enorm blij met de kunstwerkdocumentatie. Die mappen geven een snel overzicht van het bestaande onderzoek rond individuele kunstenaars. Veel gesneden ivoren zijn niet gesigneerd of hebben een betwiste toeschrijving, maar deze documentatie helpt me efficiënt inzicht te krijgen in het gevoerde onderzoek naar toeschrijvingen.

Visiting researcher John White toont Adam en Eva van Georg Petel tijdens een presentatie
John White toont detail van Joachim von Sandrart, Grote vismarkt, ca. 1654/1655

Welke bronnen vind je hier die elders niet raadpleegbaar zijn?

Het is echt uitzonderlijk om toegang te hebben tot een bibliotheek waar alles meteen ter plaatse beschikbaar is. Als ik via UniCat in Belgische bibliotheken zoek, blijkt het Rubenshuis vaak een van de weinige plekken waar bepaalde boeken of documenten te vinden zijn. 

Ook de collegialiteit met andere onderzoekers is van onschatbare waarde: of ze nu voor langere tijd hier werken of slechts kort op bezoek zijn voor een lezing.

 

Hoe ervaar je het contact met de mensen van het Rubenshuis?

Iedereen hier is bijzonder gastvrij. De bibliotheekmedewerkers Martine en Inez zijn ontzettend behulpzaam en ook het andere personeel deelt graag tips: niet alleen over mijn onderzoek, ze geven ook goede tips voor mijn verblijf in Antwerpen.

 

Wat is je tot nog toe het meest bijgebleven? Wat zal je bijblijven?

Het betekent veel om deel uit te maken van een groep gastonderzoekers die maandelijks samenkomt om ideeën en bevindingen te delen. Soms wijzen andere onderzoekers me tijdens hun onderzoek op boeken die ook voor mijn project van belang zijn.

Onderzoek wordt vaak gezien als een solitaire bezigheid, en dat is het soms wel. Maar voor mij is het ook een sociaal proces. Ik ben erg dankbaar dat ik hier kan werken naast onderzoekers met andere boeiende projecten, en dat we van elkaar kunnen leren.

BAEF–Rubenianum Fellowship

Het BAEF–Rubenianum Fellowship biedt doctoraatsstudenten en postdoctorale onderzoekers een unieke kans om in België kunsthistorisch onderzoek te doen naar Vlaamse kunst, kunstgeschiedenis en cultureel erfgoed. Deze beurs is een samenwerking tussen het Rubenshuis en de Belgian-American Educational Foundation (BAEF). Ze bouwt voort op en versterkt een lange trans-Atlantische traditie van kennisuitwisseling.

Tussen 2015 en 2020 werd deze beurs toegekend aan zes Fellows. Maar de betrokkenheid van BAEF bij kunsthistorisch onderzoek naar Vlaamse kunst gaat veel verder terug, tot de jaren 1930. Het Rubenianum — vandaag de bibliotheek van het Rubenshuis — was lange tijd de professionele thuisbasis voor Amerikaanse BAEF-Fellows in België.

In 2024 hernieuwde het Rubenshuis de samenwerking met BAEF en werd het jaarlijkse Fellowship opnieuw gelanceerd.

De Fellows krijgen een werkplek in de bibliotheek en worden actief betrokken bij het onderzoeksluik, wetenschappelijke activiteiten en het bredere kunsthistorische netwerk. Ze krijgen volledige toegang tot de onderzoekscollecties, wonen maandelijkse bijeenkomsten bij en presenteren hun onderzoek aan collega’s. Het team van het Rubenshuis ondersteunt hen bovendien bij het leggen van contacten met relevante onderzoekers en instellingen.

background newsletter section